Parodontologie

Naar homepage Tandarts aan het IJ Van Diemenstraat 88 | Houthavens A'dam | Vacatures | Receptie | Bezoek tandarts aan het IJ op facebook!

Het eerste onderzoek

Tijdens uw eerste bezoek aan de tandarts-parodontoloog zullen er veel dingen worden besproken en gedaan. Allereerst worden de reden van uw verwijzing, uw eigen klachten, en uw verwachting ten aanzien van de gebitssituatie besproken. Verder zal uw algemene gezondheidstoestand worden nagegaan met behulp van een gezondheids-vragenlijst. Vervolgens wordt de toestand van het parodontium (het weefsel rond een tand of kies) uitgebreid gemeten en vastgelegd. Hierbij wordt gekeken naar de pocketdiepten en optredende bloedingen, en naar de beweeglijkheid van tanden en kiezen. Het verslag hiervan heet de paradontiumstatus.
Als dat nodig is, maakt de parodontoloog een aantal foto's van de specifieke afwijking van het kaakbot rond een tand of kies. In sommige gevallen is een bacterie-test nodig, om de samenstelling te bepalen van de laag bacteriën die de afwijking voornamelijk veroorzaken.
Zo ontstaat een compleet beeld van de huidige situatie. Op basis daarvan wordt een diagnose gesteld, en wordt aan u uitgelegd wat dat inhoudt.

Behandelplan

Aan de hand van de uitkomsten van het eerste onderzoek wordt u uitvoerig geïnformeerd over het behandelplan. Voor iedere tand en kies wordt omschreven hoe groot de kans op behoud is, en welke behandelingen daarvoor noodzakelijk zijn.

Begroting

Bij een behandelplan dat wordt geadviseerd ontvangt u altijd een gespecificeerde begroting.

Uw eigen tandarts ontvangt een uitgebreid consultverslag, en een kopie van de röntgenfoto's en van de parodontiumstatus.

Initiële parodontale behandeling

De behandeling van paradontitis begint met het reinigen op specialistische wijze van het worteloppervlak van uw tanden en kiezen en van uw mond. Het uiteindelijke doel is om het ontstekingsproces te elimineren.
Deze behandeling gebeurt meestal in 2 tot 4 zittingen, afhankelijk van de toestand van het gebit. Om ervoor te zorgen de behandelingen effectief zijn, is het belangrijk dat er tussen de eerste en de laatste zitting niet meer dan 4 weken tijd zit. Omdat dit een arbeidsintensieve behandeling is, zullen hiervoor meerdere afspraken gemaakt moeten worden met onze mondhygiëniste.

Elke week zal een deel van het gebit onder lokale verdoving (zowel boven als onder uw tandvlees) diep gereinigd worden, en de worteloppervlakken van tanden en kiezen glad worden gemaakt. Bovendien wordt veel aandacht en tijd besteed aan hoe u uw gebit thuis reinigt: de mondhygiëne. Zonder een goede eigen mondhygiëne is het bereiken van het uiteindelijke doel, gezond tandvlees tot stand brengen en behouden, niet mogelijk.
Ook kan een antibiotica-kuur worden voorgeschreven ter ondersteuning van de behandeling. Uw behandelaar zal dit met u bespreken.

Tussentijdse controle

Zes weken na de laatste behandeling bij de mondhygiëniste vindt er een tussentijdse controle plaats. Hierbij wordt nagegaan of de genezing tot stand is gekomen, worden eventueel aanvullende instructies gegeven, en worden resten tandsteen en plaque verwijderd.

Herbeoordeling

Drie maanden na de laatste initiële behandeling vindt een evaluatie plaats bij onze parodontoloog, waarbij opnieuw de gebitssituatie wordt bekeken en gemeten, en waarbij het resultaat van de serie behandelingen met u wordt geëvalueerd op basis van een nieuwe parodontiumstatus, in vergelijking met de parodontiumstatus die tijdens het eerste bezoek is gemaakt.

Het succes en de richting van de vervolgtherapie is afhankelijk van het resultaat van onze werkzaamheden en tevens van het niveau van uw eigen dagelijkse mondhygiëne.
In de meeste gevallen zal er voldoende verbetering zijn opgetreden en wordt u opgenomen in de zogenaamde nazorg-fase. Indien de situatie niet voldoende is verbeterd, kan een chirurgische behandeling worden geadviseerd.
Van alle evaluatie-bezoeken aan onze parodontoloog zal uw eigen tandarts een gespreksverslag ontvangen.

Parodontale chirurgie

Wanneer tijdens de evaluatie van de initiële behandeling de nieuwe parodontiumstatus blijkt dat de eerdere behandeling niet heeft geleid tot voldoende verbetering en er zijn nog verdiepte pockets aanwezig met restonsteking, dan is een flapoperatie noodzakelijk.

Onder plaatselijke verdoving wordt het tandvlees van de tanden en het kaakbot losgemaakt. Zo ontstaat een goed zicht op het aangetaste gebied van het bot en de resten tandsteen die mogelijk zijn achtergebleven. De parodontoloog maakt vervolgens de worteloppervlakken schoon, verwijdert het ontstoken weefsel en corrigeert, als dat nodig is, het kaakbot, waarna het tandvlees weer wordt teruggeplaatst en gehecht. Omdat het ontstoken tandvlees verwijderd wordt, is het niveau van het tandvlees na de operatie dikwijls iets lager. Dit heeft als voordeel dat een adequate reiniging met ragers goed mogelijk is. Uw wordt tijdens deze ingreep verdoofd waardoor de operatie pijnloos is.

7 dagen na de flapoperatie controleert de tandarts-parodontoloog de genezing, verwijdert de hechtingen en geeft mondhygiëne advies.

Drie weken na de ingreep, wanneer de situatie zich heeft gestabiliseerd en genezing kompleet is, reinigt de mondhygiënist uw gebit en geeft u aanvullende instructies als dat nodig is, en gaat na of u in staat bent uw tandvlees en gebit goed te verzorgen.

Drie maanden na de laatste chirurgische ingreep vindt er een evaluatie plaats bij de parodontoloog. In deze afspraak wordt het behandelresultaat na parodontale chirurgie beoordeeld aan de hand van een nieuw parodontiumstatus en op basis van de nieuwe uitkomsten wordt de duur en frequentie van de nazorg bepaald.
(!) Belangrijk om te weten is dat zelfzorg in deze erg belangrijk is. Een dergelijke operatie heeft alleen zin wanneer het niveau van de mondhygiëne en de eigen zorg voor het gebit hoog is.

Iedere 3-4 maanden komt u terug voor parodontale nazorg bij de mondhygiëniste. Na een jaar vindt postoperatieve evaluatie plaats. De tandarts-parodontoloog beoordeelt het resultaat van de ingreep en bespreekt samen met u het vervolgtraject.

Esthetische chirurgie

Esthetische chirurgie omvat alle chirurgische ingrepen die gericht zijn op het corrigeren van anatomische afwijkingen, ontwikkelingsstoornissen en traumatische of pathologische afwijkingen van het tandvlees.
Voorbeelden van parodontale plastische chirurgie zijn: tandvleesaugmentatie, recessiebedekking, behandeling van peri-implantaire zachte weefsels, kroonverlenging, frenectomie en gingivectomie.

Kroonverlenging

De kroonverlenging wordt geïndiceerd als er onvoldoende tandweefsel over is van het kroongedeelte van een tand of kies en er te weinig houvast is voor een kroon, als er een ontsteking ontstaat door een diepgelegen restauratie, er een gaatje ontstaat onder het tandvlees en de tandarts kan er niet goed meer bij om dit te restaureren, of tanden blijven gedeeltelijk bedekt met tandvlees en kaakbot en kan het lijken alsof iemand hele korte tanden heeft.
Bij de kroonverlenging wordt het tandvlees losgemaakt van de tand. Vervolgens wordt een randje van het kaakbot verwijderd. Daarna het tandvlees wordt gecorrigeerd en teruggehecht.

Recessiebedekking

Recessies (terugtrekkend tandvlees) ontstaan voornamelijk door parodontitis maar kunnen ook een andere oorzaak hebben als afwijkende stand van een tand, afwijkend poetsgedrag: te hard poetsen, waardoor schade aan het tandvlees ontstaat, of een orthodontische behandeling.
Behandeling van een behandelbare recessie zal zich in eerste instantie richten op het aanpakken van de oorzaak van de terugtrekking (aanpassen poetsgedrag). Daarna kan eventueel middels een chirurgische behandeling de recessie weer met tandvlees bedekt worden met behulp van een tandvleestransplantatie. Het tandvlees wordt losgemaakt van de tand. Uit het gehemelte wordt via een luikje een stukje tandvlees weggehaald. Het luikje wordt weer gehecht. Dit stukje tandvlees wordt onder het losgemaakte tandvlees ter plaatse van het blootliggende worteloppervlak aangebracht en vastgehecht.

Nazorg

Drie maanden na een chirurgische ingreep vindt er een evaluatie plaats bij de parodontoloog. Het resultaat van de ingreep wordt onderzocht met behulp van een nieuwe pocketmeting. Op basis van dit onderzoek wordt frequentie van de nodige nazorg vast gesteld.

Na het afsluiten van een initiële behandeling en/of een chirurgische behandeling blijft het noodzakelijk om regelmatig de mondhygiënist te bezoeken. Meestal gaat het om 3 tot 4 keer per jaar. De behandeling bestaat uit aanvullende instructies voor de mondhygiëne alsmede een uitgebreide gebitsreiniging.

Daarnaast komt de patiënt naarmate de situatie zich stabiliseert terug bij de parodontoloog. Deze verricht een evaluatie-onderzoek waarbij de stabiliteit wordt gecontroleerd en de behandeling eventueel aangepast.

Op aangeven van de parodontoloog kan de controle bij de mondhygiëniste worden verricht in de praktijk Tandarts aan het IJ, of kan deze bij een stabiele situatie in een later stadium weer plaatsvinden bij de eigen mondhygiënist.